OpenAI-zaak belandt in federale rechtbank na verborgen recorder
OpenAI schakelde zijn modellen in om het apparaat te analyseren; de FBI onderzoekt nu een mogelijke spionagezaak rond interne AI-gesprekken en bedrijfsgeheimen.

Korte samenvatting
- Een voormalige OpenAI-engineer staat in de VS terecht nadat in een vergaderruimte van het bedrijf een verborgen recorder werd gevonden.
- OpenAI zegt dat het zijn modellen gebruikte om het apparaat te analyseren en de medewerker te identificeren, waarna de zaak bij de FBI terechtkwam.
- De Amerikaanse justitie ziet de zaak als een mogelijk counterintelligence-dossier rond gevoelige AI- en bedrijfsinformatie.
Een voormalige OpenAI-engineer staat in de Verenigde Staten voor de federale rechter nadat in een vergaderruimte van het bedrijf een recorder werd gevonden, gewikkeld in toiletpapier en aangesloten op een tv. Volgens de aanklacht zou Abdulrahman Alfozan, 35, het apparaat hebben geplaatst en later achter de tv hebben gekeken. OpenAI zegt dat het zijn modellen gebruikte om het apparaat te analyseren en de medewerker te identificeren, waarna het de zaak aan de FBI doorgaf.
Hoe de zaak ontstond
De aanklacht schetst een tijdlijn die al in juli 2025 begint, toen Alfozan volgens de stukken als engineer bij OpenAI werkte. Tussen 17 augustus en 16 september zou hij een productiviteitstool hebben gebruikt om te vragen naar vergaderruimtes, agenda’s en plekken waar leidinggevenden samenkomen. Camerabeelden plaatsen hem volgens de aanklacht op 10 dagen in de buurt van de ruimte, terwijl hij daar geen toegang toe had.
Ook een chatbotaccount dat aan zijn echtgenoot zou zijn gekoppeld, speelt een rol in het dossier. Dat account zou tussen 24 en 30 september hebben gevraagd hoe je een audio recorder bouwt en hoe je een SD-kaart versleutelt. Op 27 en 28 september zou hetzelfde account ook hebben verwezen naar het MAC-adres van het teruggevonden apparaat, een netwerkidentificatie van hardware.
Wat OpenAI en justitie zeggen
OpenAI dateert de plaatsing van het apparaat rond 28 september. Op 30 september vonden medewerkers de recorder achter in een tv, ingepakt in toiletpapier en aangesloten op de stroom. Op 5 oktober zouden camera’s hebben laten zien dat Alfozan achter de tv keek. De beveiliging vond later ook nog een tweede, vergelijkbare recorder in een tas die hij had achtergelaten.
De Amerikaanse justitie zet de zaak neer als meer dan alleen een intern beveiligingsincident. Volgens de aanklacht werd de ruimte regelmatig gebruikt voor gesprekken over eigen onderzoek, productplannen, business development en contacten met de overheid. Het ministerie van Justitie koppelt de zaak aan een presidentieel memorandum over Amerikaanse voorsprong in super intelligence, de term die de regering gebruikt voor artificial intelligence. FBI-directeur Kash Patel noemde het beschermen van die innovatie een belangrijke counterintelligence-prioriteit.
OpenAI zegt intussen geen aanwijzingen te hebben dat de betrokkene model weights, broncode of klantdata heeft ingezien of buitgemaakt. Alfozan is ontslagen, zit vast in afwachting van een detentiehoorzitting op 19 oktober en wordt nog steeds als onschuldig beschouwd.
Waarom dit ook buiten OpenAI telt
De zaak laat zien hoe snel AI-beveiliging en klassieke spionagevragen in elkaar kunnen overlopen. Voor Europese lezers is vooral relevant dat toezichthouders en opsporingsdiensten AI steeds vaker zien als een strategisch doelwit, niet alleen als softwareprobleem. Dat kan ook gevolgen hebben voor hoe bedrijven hun vergaderruimtes, interne tools en toegang tot gevoelige informatie beveiligen.
Eerder waarschuwden Amerikaanse veiligheidsdiensten al dat frontier AI cyberaanvallen sneller kan maken, omdat de tijd tussen het vinden van een kwetsbaarheid en misbruik steeds korter wordt. Dat maakt dit soort incidenten niet alleen een intern beveiligingsprobleem, maar ook een bredere kwestie van digitale weerbaarheid.