Ripple overwoog shutdown tijdens SEC-zaak om XRP te verdelen
Garlinghouse zegt dat Ripple in 2020 zelfs een ontbinding overwoog, nadat de SEC de verkoop van XRP als niet-geregistreerd effect aanvocht. De zaak werd een sleutelmoment voor tokenclassificatie en toezicht in de VS.

Korte samenvatting
- Ripple overwoog in 2020 om het bedrijf volledig te sluiten en XRP pro rata te verdelen onder aandeelhouders, als manier om de SEC-zaak te beëindigen.
- Het bedrijf besloot uiteindelijk door te vechten, mede om honderden banen te behouden, nadat de SEC Ripple en topmannen in december 2020 had aangeklaagd.
- De zaak kostte Ripple ongeveer 150 miljoen dollar; in 2025 lieten Ripple en de SEC hun hoger beroep vallen, waardoor een boete van 125 miljoen dollar overbleef.
Ripple kwam in 2020 dicht bij een volledige shutdown in plaats van de rechtszaak met de Amerikaanse toezichthouder SEC uit te vechten. CEO Brad Garlinghouse zei dat hij en medeoprichter Chris Larsen zelfs overwogen om het bedrijf te ontbinden en de XRP-posities pro rata onder aandeelhouders te verdelen.
Shutdown als uitweg
Garlinghouse noemde die optie de eenvoudigste route tegenover wat hij omschreef als een tegenstander met “oneindige macht en middelen”. Volgens hem had Ripple zijn XRP-bezit kunnen uitdelen aan aandeelhouders en daarmee feitelijk het bedrijf kunnen beëindigen, waardoor ook de zaak zou zijn weggevallen.
Die keuze lag op tafel nadat de SEC Ripple in december 2020 had aangeklaagd wegens de verkoop van meer dan $1,3 miljard (€1,1 miljard) aan XRP-tokens als vermeend niet-geregistreerd effect. De toezichthouder nam destijds ook Garlinghouse en Larsen persoonlijk mee in de aanklacht.
Waarom Ripple bleef vechten
Ripple koos uiteindelijk voor de juridische route, onder meer omdat een shutdown honderden banen zou kosten. Garlinghouse zei dat hij daar achteraf blij mee is, maar dat die keuze op dat moment allerminst vanzelfsprekend was.
Hij voegde eraan toe dat hij tussen 2017 en 2019 vier keer met SEC-functionarissen sprak zonder advocaat, zonder ooit te horen dat XRP mogelijk als effect zou worden gezien. Volgens hem versterkte dat het gevoel dat Ripple geen duidelijke regels had gekregen voordat de zaak begon.
De juridische strijd kostte het cryptobedrijf volgens Garlinghouse ongeveer $150 miljoen (€131 miljoen). In juli 2023 oordeelde rechter Analisa Torres al dat XRP op zichzelf geen security is, al bleef de zaak voor institutionele verkopen juridisch gevoelig. Uiteindelijk trokken Ripple en de SEC in augustus 2025 hun hoger beroep in, waarna een civiele boete van $125 miljoen (€109 miljoen) en een permanent verbod op bepaalde institutionele XRP-verkopen overbleven.
Betekenis voor de cryptomarkt
De zaak geldt inmiddels als een van de belangrijkste Amerikaanse crypto-zaken van de afgelopen jaren. Voor Europese lezers laat dit zien hoe groot de impact van handhaving kan zijn op de classificatie van tokens en op de ruimte die cryptobedrijven krijgen om door te blijven bouwen.
Dat maakt de Ripple-zaak relevant buiten de VS: duidelijke regels rond tokenverkoop en toezicht blijven ook in Europa een terugkerend thema, zeker nu toezichthouders strenger kijken naar de grens tussen crypto en beleggingsinstrumenten.