Bitcoin-volatiliteit daalt, maar grote uitschieters blijven
Bitcoin is minder volatiel dan in 2018, maar 3-sigma-dagen blijven terugkeren. Dat zet VaR-modellen onder druk en vergroot de rol van opties en Deribit.

Korte samenvatting
- Bitcoin is dit jaar gemiddeld minder volatiel dan in 2018, met ongeveer 46% jaarlijkse volatiliteit tegenover 84% toen.
- Toch kende Bitcoin in 2026 al 10 dagen met een koersbeweging van minstens drie standaarddeviaties, meer dan de acht dagen in heel 2018.
- Risicomodellen zoals VaR kunnen de grootste verliezen onderschatten, terwijl opties en Expected Shortfall beter inspelen op tail risk.
Bitcoin beweegt dit jaar gemiddeld rustiger dan in 2018, maar de grote uitschieters blijven terugkomen. Volgens een analyse van CoinDesk kende Bitcoin in 2026 al 10 dagen waarop de koers minstens drie standaarddeviaties afweek van het recente patroon. In heel 2018 waren dat er acht, terwijl Bitcoin toen 73% van zijn waarde verloor.
Rustiger gemiddelde, scherpe uitschieters
De analyse laat zien dat de cryptomarkt niet simpelweg minder beweeglijk is geworden. Bitcoin heeft dit jaar een jaarlijkse volatiliteit van ongeveer 46%, tegen 84% in 2018, maar de zogeheten 3-sigma-bewegingen blijven opvallend. Gemiddeld ging het dit jaar om bewegingen van ongeveer 7%, tegenover circa 10% acht jaar geleden.
Voor traders betekent zo'n 3-sigma-dag dat de koers veel verder beweegt dan normaal op basis van de recente handel. CoinDesk vergeleek daarvoor de dagelijkse koersbeweging met de 30-daagse gerealiseerde volatiliteit. In een normale verdeling vallen bijna alle bewegingen binnen die band, waardoor zulke uitschieters juist opvallen.
Die combinatie van lagere dagelijkse schommelingen en nog altijd felle uitschieters maakt Bitcoin lastig voor standaard risicomodellen. Dat geldt vooral voor modellen die sterk leunen op recente rust in de markt. Ook institutionele beleggers kijken vaak naar eerdere zware drawdowns, zoals de daling van 84% in 2018, om portefeuilles te bouwen die extreme dagen beter kunnen opvangen. Dat past bij een bredere trend waarin ook de laatste bear market minder diep uitviel dan eerdere crashes, mede door spot-ETF's en institutionele vraag.
Waarom risicomodellen tekort kunnen schieten
Een veelgebruikte maat is value-at-risk, of VaR. Die schat hoeveel een portefeuille op een slechte dag kan verliezen. Als zo'n model vooral naar recente, kalme handel kijkt, kan Bitcoin minder risicovol lijken dan het in werkelijkheid is.
Daar zit het probleem: VaR zegt iets over de kans op verlies, maar niet genoeg over hoe groot de schade kan zijn als de markt echt hard beweegt. Daarom verschuift een deel van de markt naar Expected Shortfall, een methode die juist kijkt naar de zwaarste dagen. Luuk Strijers, CEO van crypto options exchange Deribit, zei dat standaard VaR-modellen de volledige tail risk niet goed meenemen.
Volgens hem kunnen zulke scherpe bewegingen wel worden afgedekt met Bitcoin-opties. Dat past bij een markt waarin derivaten steeds belangrijker worden en waarin grote posities in opties de bewegingen soms juist verder kunnen versterken.
Meer volwassen, maar niet stil
Nicolas Quatravaux, head of EMEA bij Paradigm, zei dat de markt wel degelijk volwassener is geworden. Er is meer institutioneel geld, betere risicobeheersing en diepere liquiditeit dan een paar jaar geleden. Tegelijk blijven macro-schokken, leverage en positionering zorgen voor plotselinge bewegingen.
Hij wees ook op de rol van een groeiende derivatenmarkt. Op 21 september, de dag van Bitcoin's laatste 3-sigma-sprong, verwerkte Paradigm een record van $6,7 miljard (€6 miljard) aan optieshandel. Volgens Quatravaux raakte deze keer geen enkele desk in de problemen.
Voor Europese crypto-lezers is dat relevant omdat het laat zien hoe snel Bitcoin zich heeft ontwikkeld van een vooral speculatieve asset naar een markt met meer institutionele handel en geavanceerdere afdekking. Tegelijk blijft de kern hetzelfde: ook in een rustigere markt kunnen macro-nieuws, leverage en drukke optiesposities nog altijd voor forse uitschieters zorgen.