Bitcoin-debat escaleert rond BIP-110 en Ordinals
BIP-110 wil data-opslag op Bitcoin beperken, maar miners tonen nog nauwelijks steun. De strijd raakt ook Ordinals, Bitcoin Knots en de vraag wat het netwerk moet zijn.

Korte samenvatting
- Ordinals-ontwikkelaars zeggen dat hun technologie blijft werken als BIP-110 wordt ingevoerd, ondanks beperkingen op data-opslag in Bitcoin-transacties.
- BIP-110 beperkt extra data tot 256 bytes per onderdeel en zou inscriptions op de Bitcoin-blockchain grotendeels onbruikbaar maken.
- De minersteun voor de soft fork is zeer laag, waardoor de discussie over Bitcoin als geld of als datanetwerk verder escaleert.
Ordinals-ontwikkelaars zeggen dat hun technologie overeind blijft als BIP-110 wordt ingevoerd. Het gaat om een voorgestelde soft fork die het opslaan van bestanden op Bitcoin moet beperken. Daarmee draait de discussie niet alleen om spam, maar ook om een fundamentelere vraag: is Bitcoin vooral bedoeld als geld, of ook als netwerk waarop gebruikers voor andere data betalen?
Wat BIP-110 verandert
BIP-110 zou de ruimte voor extra data in Bitcoin-transacties terugbrengen tot 256 bytes per onderdeel, ongeveer een korte alinea tekst. Daardoor zou de huidige manier waarop inscriptions afbeeldingen en berichten op de Bitcoin-blockchain vastleggen grotendeels onbruikbaar worden. De maatregel geldt voor een jaar en schakelt daarna automatisch uit, terwijl oude coins buiten schot blijven.
Volgens de primaire opsteller, die schrijft onder het pseudoniem Dathon Ohm, is het voorstel bedoeld om Bitcoin tijdelijk weer meer op zijn monetaire functie te richten. De discussie is niet nieuw: Ordinals, geïntroduceerd in januari 2023 door Casey Rodarmor, maakten het juist mogelijk om data direct in satoshis te plaatsen en zo Bitcoin-native digitale objecten te creëren zonder sidechains of aparte tokens.
Minersteun blijft laag
De stemming verloopt via miners, die een vlag toevoegen aan de blocks die zij minen. Voor activatie zijn 1.109 gemarkeerde blocks nodig binnen een venster van 2.016 blocks, maar volgens de publieke monitor stonden er op 30 juni slechts drie gemarkeerde blocks op de teller, minder dan 1 procent. Eind juni lag de geschatte steun rond 0,31 procent van de hashrate, wat laat zien dat er nog weinig breed draagvlak is voor de soft fork.
Dat gebrek aan steun maakt de timing extra gevoelig. Vanaf begin augustus kunnen nodes die de BIP-110-software draaien blocks weigeren die de vlag niet dragen, ook zonder dat er een meerderheid van miners is. Blockstream-CEO Adam Back waarschuwde al voor fork-risico, terwijl MicroStrategy-topman Michael Saylor het voorstel een zelfgecreëerd risico noemde. In dat bredere debat over Bitcoin als monetair netwerk speelt ook mee hoe grote treasury-bedrijven hun positie blijven aanpassen, zoals Strategy onlangs deed met een nieuw kapitaalraamwerk.
Waarom dit ook buiten Bitcoin telt
Voor Europese crypto-volgers is deze ruzie relevant omdat ze laat zien hoe snel technische keuzes op Bitcoin kunnen uitmonden in een debat over governance, gebruik en netwerkregels. Als een soft fork rond data-opslag al zo weinig consensus krijgt, zegt dat iets over hoe lastig het is om Bitcoin in een andere richting te sturen zonder frictie. Tegelijk raakt de discussie aan een breder thema in crypto: hoeveel ruimte een netwerk moet geven aan niet-monetaire toepassingen, zoals NFTs en andere dataformaten.
Ordinals-ontwikkelaars proberen zich intussen aan te passen. Op 2 juli publiceerde ontwikkelaar lifofifoX een fix die data opsplitst in kleine, toegestane stukken in plaats van de methode die BIP-110 wil blokkeren. Rodarmor keurde die aanpak dezelfde dag goed, terwijl de andere kant al een tegenupdate voor Bitcoin Knots heeft ingediend. De komende weken moeten uitwijzen of de stilte onder miners vooral op weerstand wijst, of simpelweg op afwachten.