Pakistan verdeeld over Bitcoin en islamitische wet
Een invloedrijke fatwa verbiedt Bitcoin en stablecoins, maar toezichthouder PVARA wil juist onderscheid maken tussen speculatieve tokens en asset-backed varianten.

Korte samenvatting
- Jamia Darul Uloom Karachi publiceerde op 10 juni een fatwa waarin Bitcoin, stablecoins en andere digitale tokens onder de Shariah worden verboden.
- Saylani Welfare International Trust houdt vast aan een eerdere fatwa waarin crypto onder voorwaarden als toegestaan wordt gezien.
- De Pakistaanse toezichthouder wil speculatieve tokens en asset-backed tokens apart beoordelen, met nadruk op tastbare dekking.
Pakistan voert een fel debat over de vraag of Bitcoin en andere crypto onder de Shariah vallen. De discussie raakt niet alleen religieuze regels, maar ook de bredere ambitie van het land om een grotere rol te spelen in digitale assets en de cryptomarkt.
Fatwa zet de toon
Op 10 juni publiceerde Jamia Darul Uloom Karachi, een invloedrijke religieuze school, een fatwa die aankopen met Bitcoin, stablecoins en andere digitale tokens verbiedt. De ondertekenaars, onder wie Mufti Taqi Usmani, noemen die activa “slechts het vastleggen van fictieve cijfers op een rekening”.
Die uitspraak weegt zwaar, omdat Usmani ook Shariah-adviseur is van Meezan Bank, een van de grootste banken van Pakistan. In zijn visie geldt crypto niet als echte rijkdom, of maal, binnen de islamitische wet. Tegelijk laat de reactie zien hoe verdeeld de interpretatie is: de Accounting and Auditing Organization for Islamic Financial Institutions heeft geen definitieve standaard voor cryptocurrency vastgesteld, waardoor geleerden en instellingen tot uiteenlopende conclusies komen.
Tegenstem uit Karachi
Niet alle religieuze leiders volgen die lijn. Saylani Welfare International Trust, een van de grootste liefdadigheidsorganisaties van Pakistan, houdt juist vast aan een eerdere fatwa van hoofdmufti Wasim Akhtar Al-Madani. Daarin wordt crypto gezien als een erkend recht, zolang transacties niet in strijd zijn met de wet en geen juridische problemen opleveren.
Saylani heeft die visie inmiddels voorgelegd aan de Council of Islamic Ideology en de State Bank of Pakistan. Ook internationaal is de discussie nog niet beslecht: de juridische duidelijkheid rond tokenized assets blijft een terugkerend thema, wat onderstreept dat de kernvraag nog openligt.
PVARA zoekt nuance
Voor de Pakistaanse toezichthouder draait het debat niet alleen om ja of nee, maar om onderscheid. Bilal bin Saqib, voorzitter van de Pakistan Virtual Assets Regulatory Authority, vroeg Jamia Darul Uloom om speculatieve tokens en asset-backed tokens apart te beoordelen. Hij wees daarbij op sukuk op de blockchain, goudgedekte tokens en volledig gedekte stablecoins, instrumenten die volgens hem een claim op iets tastbaars geven.
Dat onderscheid is relevant nu tokenized real-world assets boven $60 miljard (€52,3 miljard) uitkomen en stablecoins recordvolumes draaien. Voor Europese crypto-volgers laat de zaak zien hoe religieuze toetsing, toezicht en productontwerp steeds vaker door elkaar lopen. In markten waar Shariah-compliance meespeelt, kan de vraag of een token echt ergens op is gebaseerd net zo belangrijk zijn als de technologie erachter.